RobenKina.reismee.nl

Phan Thiet en terugreis

Phan Thiet / Mui Ne: de laatste dagen

Shanta en Nadia, de meiden die samen met ons achtergebleven waren in Phan Thiet, hadden nog een belangrijke klus te klaren. Zij hadden namelijk al ruim voor het begin van de vakantie contact gezocht met een weeshuis in de buurt van ons laatste vakantieoord. Uit hun informatie bleek dat men dringend behoefte had aan zowat alles wat kinderen onder de 1 jaar nodig hebben. De dames hadden zich voorgenomen om de kindertjes eens lekker te verwennen met mooie nieuwe kleren en bovendien zaken als melkpoeder, luiers, babydoekjes, slabbetjes, enz. mee te nemen als zij het weeshuis zouden bezoeken.

Wij vonden dat een heel goed voornemen en gingen met hen mee naar de stad om dit alles in te kopen, waarbij wij natuurlijk ook een duit in het zakje zouden doen. We kozen voor de lokale bus. De passagiers vonden het dikke pret dat wij in hun bus zaten en keken voortdurend om naar die westerlingen die op de achterbank hadden plaatsgenomen. Of was het misschien de vreemde samenstelling van het gezelschap: één man met drie dames, van jong naar steeds een beetje minder jong?

De bus stopte juist voorbij een winkel met kinderkleding, dus dat kwam prima uit. Wij kochten een aantal schattige jurkjes en een paar dingen die ook voor jongetjes geschikt zouden zijn, de meiden gingen echter nu al flink los en stonden na enige tijd met volle armen. Vooral meisjeskleding, want er zaten veel meer meisjes dan jongetjes (!) in het weeshuis. We waren duidelijk te gretig bezig geweest, want over een korting viel nauwelijks te praten. Ook niet, nadat wij het doel van onze missie hadden uitgelegd. En dan maar beweren dat wij Nederlanders zo gierig zijn. Nou, die Vietnamezen kunnen er dan toch ook wat van!

Vervolgens naar een groot warenhuis om daar de nodige kilo's melkpoeder en al die andere zaken in te slaan. Inmiddels waren we zo zwaar geworden dat het raadzaam leek om een taxi te nemen om met al dit spul naar het hotel terug te keren.

De volgende dag, zondag, zou onze laatste in Phan Thiet zijn en daarom gingen we met zijn vieren dineren. Na het eten namen we weer een taxi, omdat we geen zin hadden om twintig minuten te gaan lopen. En voor die 90 eurocent hoef je het ook niet te laten... We gingen naar het al eerder genoemde Joe's Place. Het was weer erg gezellig daar en vooral Shanta genoot met volle teugen. Enerzijds van de klassiekers die je zo lekker mee kon zingen en anderzijds van de meer dan gewone aandacht die zij van de optredende zanger/gitarist kreeg.

Maandag 9 augustus, het begin van het einde van onze reis. Enkele dagen tevoren hadden we onze transfer naar het vliegveld van Saigon geregeld en om 11.00 uur stond er een busje voor onze neus. Vijf uur later stonden we op het vliegveld; de langste transfer die we ooit hebben meegemaakt! Nu nog ruim twee uur vliegen naar Hong Kong, dan even wachten tot ongeveer middernacht, om ten slotte meer dan 12 uur onderweg te zijn naar Schiphol. Lennart zorgde voor de laatste transfer. We waren weer... thuis!

Van Can Tho naar Phan Thiet

Van Can Tho naar Phan Thiet

Vroeg in de morgen gingen we naar de drijvende markt op de Mekong in Can Tho. Daarom stapten we met ons reisgezelschap op een boot die ons daarheen bracht. Het bleek een authentieke markt te zijn waar de ook aanwezige toeristen alleen een rol hadden als toeschouwer. Vis, maar vooral groente en fruit werd verhandeld om op die dag weer doorverkocht te kunnen worden op straat. Natuurlijk werd er wel een heerlijke verse ananas voor ons gekocht, die we ons goed lieten smaken.Ook grappig om te zien was dat de vrouw van de schipper haar teennagels lakte en versierde met een klein dun randje. Dit allemaal op de schommelende boot en zonder te morsen of uit te schieten.
Terug aan de wal wachtte de lange busreis naar onze laatste vakantiebestemming: Phan Thiet. Onderweg lunchten we in een van de weinige goede grote wegrestaurants. Een bijzonderheid die we daar zagen waren de de gebakken rijstebollen. Je kon dit luchtige hapje ter grootte van een voetbal kennelijk eten, maar niemand waagde zich eraan.
Opnieuw gingen we dwars door de drukke stad Saigon. Een rondweg is namelijk nog niet aangelegd. Eenmaal aangekomen in het levendige Phan Thiet schrokken we toen onze gids vertelde dat het resort een kleine tien kilometer verder lag. Het viel echter mee. Er bleek een soort Phan Thiet aan Zee te bestaan dat er ook heel gezellig uitzag. Sunny Beach Resort and Spa is een pachtig gelegen resort aan het strand. Onze kamer grenst aan de schitterend aangelegde tuin, vlak bij het grote zwembad en 50 meter verderop zit je op het strand. Dit soort tenten heet altijd '... and Spa', omdat ze hun luxe karakter willen benadrukken. De Spa komt neer op een afdeling waar je van de sauna - of het nog niet heet genoeg is hier - kunt genieten en tegen een flinke vergoeding gemasseerd kunt worden.
Zonder spa is het hier ook prima uit te houden. Het strand en de zee zien er aantrekkelijk uit en ligbedjes zijn er meer dan genoeg. We hebben lekker gesparteld in het zoute water, maar ons toch teruggetrokken naar de rand van het groot uitgevallen zwembad. De reden was dat een meisje uit ons gezelschap te maken kreeg met een pijnlijke kwallenbeet. Voorlopig dus maar even geen zee.
De rust hier is opmerkelijk. Er zijn niet veel gasten. Het hoogseizoen valt in onze wintermaanden. Het gevolg is dat je regelmatig alleen ronddrijft in dat enorme blauw gekleurde zwembad en 's avonds heb je de aantrekkelijk uitziende restaurantjes voor het uitzoeken. Het eten hier is van buitengewoon goede kwaliteit, ongeacht de keuze voor Aziatisch of westers voedsel. Alles is hier mogelijk en de volgende anecdote kan dit bewijzen.
We zitten met een bevriend stel te eten als we in gesprek raken met een twee kerels die hier al enige weken zijn. Zij vertellen dat de koffiemachine al maanden stuk is en dat een espresso er dus niet inzit. De Nescafé is echter een acceptabel alternatief. Maar als ze koffie bestellen, krijgen ze te horen dat de Nescafé op is. 'Potverdomme', zegt een van de twee, 'alweer?' Hij staat op, verlaat de zaak, komt drie minuten later weer terug met een pakje Nes en overhandigt dit aan de ober. 'Zo, nu kunnen jullie straks ook een bakkie doen,' zegt hij tegen ons. Hetgeen we gedaan hebben.
De nachtrust leek tot nu toe gegarandeerd, want hier zijn geen stampende disco's en na 10 uur hoopt het personeel dat je om de rekening vraagt. Dat doe je misschien niet meteen, maar je gaat dan ook geen uren meer door. Maar... nu hebben we 'Joe's Place' ontdekt. Joe is een Amerikaan van een jaar of veertig die met een Vietnamese getrouwd is. Hun 'place' is 24 uur per dag open. Waarschijnlijk uniek voor heel Vietnam. Op oude bankstellen gezeten kun hier naar de live muziek van een gitarist luisteren die een mengeling van pop- en bluesnummers ten gehore brengt. Tussen de bedrijven door klinkt oude jazz door de speakers. Joe vertelde dat het niet meeviel om een zaak te runnen in dit land, zelfs niet als je getrouwd bent met een Vietnamese dame. Waarschijnlijk had hij zich dit allemaal wat relaxter voorgesteld, toen hij besloot om Vermont te verlaten. Rob had de pech om naast een Australiër terecht te komen die met een vet accent hele verhalen hield, vooral in zijn nog steeds grotendeels dove rechteroor. De Australiër wist zeker dat hij hem de dag tevoren nog ontmoet had bij Jim en hij moest toch echt nietontkennen dat hij verdomd goed kon tafeltennissen. Pas toen Rob liet zien dat hij geen kootje in een van zijn vingers miste, kwam de Aussie tot de conclusie dat hij met een look-alike te doen had, of was het misschien toch zijn 'twin brother'...? Hij vertrouwde Rob toe dat zijn mate 'fucked up in the head' was en verliet met deze bolle vriend in onstabiele toestand het pand, daarbij ondersteund door een jonge en niet onknappe Vietnamese dame, die waarschijnlijk zijn huishoudster was...

Wij genieten overdag van de combinatie ligbed-boek-drankje. Dat hebben we wel verdiend na zo'n intensieve reis.
Op het moment van schrijven is de rest van de groep al vertrokken naar Nederland. We hebben ze uitgezwaaid. Samen met twee meiden blijven we achter om nog een paar heerlijke dagen te beleven.

Can Tho (Mekongdelta)

Vanmorgen vroeg hebben we Saigon verlaten om naar de Mekong delta te rijden. Dit is een gebied waarin de grote Mekong rivier zich opsplitst in vele grotere en kleinere stromen. Het is een vruchtbaar gebied waarin boten en bootjes een belangrijk transportmiddelzijn. Hier wordt veel groente, fruit en rijst geteeld. Omdat het hier en daar moerassig is, was het destijds een uitstekende schuilplaats voor de Vietcong. We hebben in een traditioneel bootje met z'n tweetjes een tochtje gemaakt door het moeras waarin het districtshoofdkwartier van de Vietcong gevestigd was. Het was een dichtbegroeide jungle waar een wirwar van watertjes doorheen liep. De Amerikanen wisten kennelijk ook dat de Vietcong hier zat, want tijdens de vaartocht kwamen we verscheidene met water gevulde bomkraters tegen. We vervolgden onze reis naar Can Tho, waar we zullen overnachten. We zijn de stad ingegaan en ontdekten dat de locals vrijwel geen woord Engels spreken. Dat bleek maar weer in een soort café waar wij een ijskoffie wilden bestellen. De man begreep ons dachten we. Maar hij kwam terug met een papiertje in zijn hand, liet het ons zien, knikte en lachte vriendelijk. Daar stond iets in het Vietnamees opgeschreven. God mag weten wat! Wij hebben maar terug geknikt en ja hoor... hij kwam met twee mierzoete ijskoffies aanzetten. Ook op de lokale markt moet je met handen en voeten iets duidelijk maken.

Het hotel waar wij één nacht blijven ligt prachtig aan de Mekong rivier. Vanaf ons balkon hebben we een mooi uitzicht. Morgen begint het laatste deel van de rondreis. Eerst gaan we hier in de buurt nog naar een floating market en dan door naar onze eindbestemming Phan Thiet waar we hopelijk nog zes dagen van het strand kunnen genieten en een beetjebijkomen.

Cu Chi

Wie 'Vietnam' hoort, denkt aan de oorlog die de Amerikanen hier voerden met de Vietcong, de Vietnamese communistische guerrillabeweging. Op zo'n 70 kilometer van Saigon lag een netwerk van ongeveer 200 km aan tunnels waarin de Vietcong zich schuilhield. De tunnels lagen op drie niveaus. Het onderste niveau zat op zo'n tien meter diep. De tunnels waren 50 cm tot 1 meter breed, de ingang en echter waren veel kleiner (30 bij 40 cm en ... Kina paste erin!), bovendien goed verstopt. In detunnels waren keukens, noodhospitalen en andere ruimtes aangebracht.

Wij vonden het allemaal indrukwekkend. DeVietnamezen hebben alles duidelijk in beeld gebracht. Je kon goed zien hoe vindingrijk de Vietconghet Amerikaanse leger bestreed.Een klein voorbeeld daarvan: De Amerikanen gebruikten honden om de verborgen Vietnamezen op te sporen. Daarom strooiden de Vietcongsoldaten rode peper rond de luchtgaten. De honden konden dan niets meer ruiken en liepen er liever met een boog omheen. Als je zag wat er allemaal bedacht werd aan narigheid om het de Amerikanen moeilijk te maken, kun je je voorstellen dat het heel beangstigend kon zijn om op patrouille te gaan.

Een klein uurtje rijden vanaf de Cu Chi tunnels ligt een andere bezienswaardigheid: de Cao Dai-tempel. De aanhangers verenigen de elementen van het Christendom, het Boeddhisme, Confucianisme en het Taoisme in hun nieuwe godsdienst en denken zoeen ideaal geloof te hebben samengesteld. Nu telt Cao Dai ongeveer drie miljoen volgelingen. Tijdens het lopen door de tempel werd je goed in de gaten gehouden door dein het wit gekledevolgelingen. Je mocht absoluut niet op het middenpad komen, wat soms wel eens gebeurde, want de afbakening wasnogal onduidelijk, want er was bijv. geen opstaande rand of tapijt.

Toen we 's avonds weer terug waren in het hotel, zijn we in de stad wat gaan eten en hebben nog wat schalen en kommen op de markt gekocht.

Morgen gaan we Saigon weer verlaten. We gaan naar de Mekong Delta.

Saigon

De dag begon alweer vroeg met allereerst een tour door de stad. We hebben de kathedraal Nha Tho Duc Ba (Notre Dame)bezocht. Deze is ontworpen door de Franse architect Pavrard als symbool van de glorie van het Franse rijk en als herinnering aan de Notre Dame in Parijs. Naast deze kathedraal staat het Buu Dien (hoofdpostkantoor). Een mooi zalmkleurig gebouw uit het koloniale tijdperk. Ook het interieur is prachtig met mooie plafonds en lange rijen loketten.Achterin prijkt een enorm portret van Ho Chi Minh. Ook hebben we nog een Chinese tempel bezocht, waar veel wierook gebrand werd door de bevolking die daar kwam bidden. Als afsluiting nog naar een lakfabriekje, waar ze mooie maar ook kitscherige schilderijen, onderzetters enz. maakten. Hier waren we snel uitgekeken.

Sommigen gingen nog even naar de overdekte markt, maar wij zagen hiervan af en gingen een koffie drinken. Het kostte even moeite om de weg over te steken, maar dat lukte uiteindelijk ook. Kina en Mo werden zelfs door een heel oud vrouwtje

Frown
geholpen om tussen de vele brommers en auto's en bussen door te lopen
Laughing
.

's Middags zijn we naar het Museum van Oorlogsoverblijfselen geweest. Buiten stonden nog tanks, vliegtuigen en een helikopter. Binnen heel veel foto's van de verschrikkingen van deze oorlog. Ook zijn er wapens tentoongesteld. Het was indrukwekkend.

Aan het einde van de dag zijn we nog naar het waterpoppentheater 'Gouden Draak' gegaan. Met houten poppen aan onder water verborgen bamboestokken worden verhalen uitgebeeld die gebaseerd zijn op legendes en het dagelijkse leven. Dit alles wordt begeleid door een live, traditioneel orkestje met zang.

De avond hebben we maar eens decadent doorgebracht samen met Marlies en Mo. Heerlijk gegeten in het Continental. Ook daar live muziek en de dag afgesloten op het dakterras van het Rex met koffie en een cocktail.

Wederomeen dag waarvan we hebben genoten.

Op weg naar Saigon

Om zes uur ging de wekker. Vandaag vroeg op pad want de afstand naar Saigon is 300 km over een niet zo goed wegennet.

Allereerst hielden we een stop bij een waterval (Khu Du Lich Datanla). Je kon kiezen, of naar beneden lopen of met de rodelbaan. Natuurlijk kozen we voor het laatste. De baan was erg bochtig en best wel snel. Gelukkig kon je remmen als het nodig was. De waterval zelf was van een bescheiden omvang, maar lag heel mooi. Rob noemde het Vier Veren Waterval, want Vietnamezen lieten zich op een paard in cowboykleren fotograferen en hun vrouwen moesten voor indianen doorgaan.

Vietnam is de op één na grootste exporteur van koffie en thee. Dat bleek onderweg want er waren heel wat plantages te zien. We zijn even kort gestopt om het van dichterbij te bekijken.

Om 18.00 uur kwamen we in het hotel in Saigon aan.

Da Lat

Een mooie rit door de bergen, bracht ons naar het hooggelegenDa lat. Omdat de Fransen hier vaak verkoeling zochten in de tijd dat Vietnam nog een kolonie van Frankrijk was, zijn veel huizen groot en in een Europese stijl gebouwd. Dat geeft je soms het gevoel dat je door een Frans dorp loopt. De Vietnamezen noemen Da Lat vaak 'klein Parijs', maar dat is overdreven. Ook de natuur doet hier Europees aan. Dankzij het koele klimaat (ongeveer 20 graden) kunnen hier aardbeien groeien, wat in Vietnam een vrijwel onbekende vrucht is. Ook kom je hier veel Europese bloemsoorten tegen. Veel parken en pleintjes worden hiermee opgefleurd. Wij hebben o.a de Vallei van de Liefde bezocht, evenals een bloementuin. Onze gidswas er verrukt over maar zei er direct bij dat de Nederlanders er niet zo snel van onder de indruk zijn. Grappig is het wel dat wij foto's van Vietnamezen maken, maar dat zij minstens evenveel foto's van ons maken. Verder hebben we het buitenverblijf van Bao Dai,de laatste keizer, nog bezocht. Ditis eigenlijk een groot huis dat nogal eenvoudig ingericht was.

Verrassend was dat onze gids een bezoek aan het gekkenhuis aankondigde. Wij vroegen ons af of we wel mee konden doen aan een soort van aapjes kijken, maar gelukkig bleek hij een 'gek huis' te bedoelen. Nederlands is en blijft een moeilijke taal... Het was een slechte Gaudi-imitatie, bedacht door de dochter vande toenmalige president, die in Moskou architectuur gestudeerd had en die ook wel eens iets aparts wilde doen.

Na de nodige bezichtigingen hebben we met de meeste leden van ons reisgezelschap zelf een excursie naar een bijzondere pagode georganiseerd. Het vooroorlogse treintje bracht ons in een vooroorlogs tempo naar het dorpje waar dit enorme bouwwerk staat. De regen, die steeds heviger neerviel, maakte dat we van verdere activiteiten afzagen en terugkeerden naar ons hotel.

Morgen weer eens vroeg op: 6 uur. We gaan naar Saigon (Ho Chi Minh Stad).

Nha Trang

Nha Trang is eenbadplaats die heel erg populair is bij de Vietnamezen. Veel drukte op het langgerekte strand en de boulevard erachter. Maar als je het niet gezien hebt, mis je ook niet echt veel. De mensen spreken amper Engels. Toen Rob bijvoorbeeld de weg vroeg aan eenlocal en vervolgens informeerde naar de afstand, bleef deze gast vriendelijk herhalen: 'Yes, how far, how far.'

De apotheek hebben we uiteindelijk gevonden. Eerst bij een paar kleine medicijnverkooppunten geweest en toen maar een taxi genomen naar de echte grote apotheek. We zijn teruggewandeld over de lange boulevard en op een terras aan het strand een Tigerbiertje verslonden. Eenmaal terug in het hotel heeft Kina de oren van Rob uitgespoten. Dit is goed gelukt. Hij kon weer beter horen. Het werd tijd voor het avondeten. We hadden niet zoveel zin in een rijst- of noodlegerecht en hoopten iets 'westers' tegen te komen. Ja hoor, gelukkig spotten we een Italiaans restaurant met een Italiaanse chefkok achter de potten en pannen, dus de keuze was snel gemaakt. Allebei hebben we een heerlijke pizza besteld en de maaltijd afgesloten met een koffie en limoncello van het huis.

Morgen weer vroeg op, want we vertrekken naar Da Lat, een stadje in de bergen. Daar is het ook wat koeler.